Madeleine Albright en de waarschuwing voor democratie

Hoe merk je dat een democratie langzaam verandert in een dictatuur? Dat is misschien wel de belangrijkste vraag die Madeleine Albright stelt in Fascism: A Warning.

Ze citeert halverwege in haar boek een goed opgeleide Duitser die terugkijkt op de jaren waarin Hitler aan de macht kwam. Zijn woorden zijn indrukwekkend, juist omdat ze niet gaan over één grote gebeurtenis, maar over de vele kleine veranderingen die mensen aanvankelijk nauwelijks opmerken:

“To live in this process is so absolutely not to be able to notice it … Each step was so small, so inconsequential, so well explained.”

Elke stap was klein. Onbeduidend bijna. En voor iedere stap was wel een verklaring. Totdat het te laat was.

De man beschrijft hoe uiteindelijk zijn zoontje, nauwelijks meer dan een baby, de woorden “Jewish swine” uitspreekt. Op dat moment valt alles op zijn plaats. Hij realiseert zich dat de wereld onder zijn ogen volledig is veranderd.

“The burden of self deception has grown too heavy.”

Dat vind ik een van de meest indringende passages uit het boek. Niet alleen omdat het iets zegt over nazi-Duitsland, maar omdat het een vraag oproept die veel dichter bij huis ligt: hoe herken je een democratie die langzaam verandert voordat het te laat is?

Een bijzondere auteur

Madeleine Albright was bij uitstek iemand om deze vraag te stellen. Ze werd in 1937 geboren in Praag. Haar vader was diplomaat voor Tsjechoslowakije. Na de Duitse bezetting vluchtte het gezin naar Groot-Brittannië. Na de oorlog keerde het terug, maar na de communistische machtsovername van 1948 vertrok het gezin opnieuw, ditmaal naar de Verenigde Staten.

Albright kende dus uit eigen ervaring, uit haar vroege jeugd, twee totalitaire systemen die Europa in haar jeugd domineerden: het nazisme en het communisme.

Later werd ze een van de machtigste diplomaten van de Verenigde Staten. Ze was ambassadeur bij de Verenigde Naties en van 1997 tot 2001 minister van Buitenlandse Zaken onder president Bill Clinton. Daarnaast was ze hoogleraar aan Georgetown University.

Ze schrijft dit boek daarom niet alleen als wetenschapper. Ze schrijft als iemand die in haar jeugd heeft gezien wat er gebeurt wanneer een democratische samenleving verdwijnt. Ze schrijft het ook als diplomaat die totalitaire staten heeft bezocht en met ze heeft onderhandeld.

Fascisme is meer dan Hitler en Mussolini

Albright begint uiteraard bij Mussolini en Hitler. Maar ze beperkt zich niet tot de geschiedenis van de jaren dertig en veertig. Ze beschrijft verschillende autoritaire en totalitaire regimes en probeert te ontdekken welke kenmerken zij gemeenschappelijk hebben.

Fascisme ziet zij niet alleen als een specifieke politieke ideologie uit het verleden. Het is ook een manier om macht te verkrijgen en te behouden. Daarbij spelen nationalisme, angst, vijandbeelden en het verheerlijken van een sterke leider een belangrijke rol. Democratische instituties worden niet langer gezien als bescherming tegen machtsmisbruik, maar als hinderlijke obstakels.

Het gevaar zit volgens Albright juist in het geleidelijke karakter. Een democratie verdwijnt niet noodzakelijk op één dag. Eerst wordt een onafhankelijke journalist aangevallen. Daarna wordt een rechterlijke uitspraak ter discussie gesteld. Vervolgens wordt een politieke tegenstander niet langer gezien als iemand met een andere mening, maar als een vijand.

Iedere afzonderlijke stap kan worden uitgelegd. En voor iedere stap is wel een reden.

Democratie als manier van leven

Daar tegenover stelt Albright een uitspraak van Tomáš Masaryk, de eerste president van Tsjechoslowakije. Deze passage is mij bijgebleven:

“Democracy is not only a form of state … democracy is a view of life, it requires a belief in human beings, in humanity.”

Democratie is volgens Masaryk dus meer dan een grondwet, verkiezingen en instituties. Het is ook een manier waarop mensen met elkaar omgaan.

Albright haalt vervolgens een andere uitspraak van Masaryk aan:

“Democracy is a discussion.”

Maar een echte discussie is alleen mogelijk wanneer mensen elkaar vertrouwen en samen proberen de waarheid te vinden. Dat klinkt bijna ouderwets. Misschien is dat juist het probleem.

Een democratie kan uitstekende wetten en instituties hebben, maar als burgers elkaar niet meer vertrouwen, als politieke tegenstanders worden gezien als vijanden, blijft er uiteindelijk weinig over van de geest van de democratie.

Trump

Het boek verscheen in 2018, tijdens de eerste ambtstermijn van Donald Trump. Albright ziet bij Trump een andere manier van kijken naar de wereld dan bij zijn voorgangers. Ze schrijft:

“What Trump separates [from his predecessors] is his conception of how America’s interests are best advanced.”

Trump ziet de wereld volgens haar als een slagveld waarop ieder land probeert de ander te domineren. Landen concurreren met elkaar alsof het projectontwikkelaars zijn die elkaar proberen af te troeven en iedere dollar uit een deal proberen te persen.

Dat is een fundamenteel andere visie op internationale politiek dan het idee dat samenwerking, bondgenootschappen en internationale instituties uiteindelijk ook in het Amerikaanse belang zijn.

Albright kende die internationale wereld van binnenuit. Zij geloofde in diplomatie, bondgenootschappen en internationale samenwerking. Trump ziet veel meer een wereld van transacties: wat levert het op, wie betaalt en wie wint?

De optimist die zich veel zorgen maakt

Aan het einde van haar boek beantwoordt Albright de vraag of zij een optimist of een pessimist is:

“I’m an optimist who worries a lot.”

Ze gelooft dat de Verenigde Staten in de periode tussen George Washington en Barack Obama genoeg internationale goodwill hebben opgebouwd om de schade van de Trump-periode weer te kunnen herstellen. Maar ze twijfelt hoe groot en hoe langdurig die schade zal zijn.

Daar zit de tijdelijkheid van het boek. Albright schreef het in 2018. Ze maakte de tweede ambtstermijn van Trump niet mee. Ze overleed in 2022. En daarom dringt zich bij het lezen van het boek één vraag steeds sterker op:

Wat zou Albright nu denken?

Na de tweede ambtstermijn

De vraag is niet of Trump Hitler is. Dat is een te eenvoudige vergelijking en doet bovendien geen recht aan de historische verschillen.

De interessantere vraag is wat er gebeurt met de democratische instituties en de internationale positie van de Verenigde Staten.

Albright waarschuwde vooral voor processen. Voor het langzaam verschuiven van grenzen. Voor een politieke cultuur waarin tegenstanders vijanden worden, instituties obstakels en internationale samenwerking een zero-sumspel.

Na de tweede ambtstermijn van Trump krijgt die waarschuwing een andere lading.

Wat in 2018 nog een mogelijke ontwikkeling was, is inmiddels op veel terreinen werkelijkheid geworden. De Amerikaanse president heeft de grenzen van de uitvoerende macht veel verder opgezocht. De verhouding tussen het Witte Huis, de rechterlijke macht, de media en andere instituties is sterk onder druk komen te staan. Ook de vanzelfsprekendheid van Amerikaanse internationale samenwerking is verdwenen.

Daarmee wordt de laatste vraag van Albright steeds relevanter: hoe groot en hoe langdurig is de schade?

Heeft Amerika nog genoeg goodwill over?

Ik vind vooral haar optimisme achteraf interessant. Albright geloofde dat Amerika in de ruim tweehonderdvijftig jaar tussen George Washington en Barack Obama voldoende vertrouwen en goodwill had opgebouwd om een periode als die van Trump te kunnen overleven.

Dat was in 2018 misschien een redelijke gedachte. Maar goodwill is geen bankrekening waarop je onbeperkt kunt interen.

Bondgenoten verliezen hun vertrouwen verliezen. Internationale organisaties verliezen hun betekenis. Landen die jarenlang op Amerikaanse veiligheidsgaranties vertrouwden, besluiten dat ze zelf andere wegen moeten zoeken.

En misschien nog belangrijker: ook binnen de Verenigde Staten kan vertrouwen verdwijnen. Als burgers niet meer geloven dat verkiezingen eerlijk verlopen, als politieke tegenstanders worden beschouwd als vijanden van het land en als instituties alleen nog worden geaccepteerd wanneer ze de eigen politieke voorkeur ondersteunen, wordt het steeds moeilijker om na een verkiezing weer gezamenlijk verder te gaan.

Dan raakt de democratie niet alleen haar regels kwijt, maar ook haar sociale basis.

Een waarschuwing

Dat is uiteindelijk wat ik uit Fascism: A Warning haal.

Het boek is geen perfecte wetenschappelijke analyse van fascisme. Albright gebruikt het begrip soms breed en de vergelijking tussen Hitler, Mussolini, hedendaagse autoritaire leiders en Trump kent grenzen.

Maar dat is niet de belangrijkste verdienste van het boek.De kracht zit in de waarschuwing dat we niet moeten wachten op het moment waarop iedereen kan zien dat de democratie verdwenen is. Want dan is het te laat.

De Duitse getuige die Albright citeert, beschreef hoe iedere stap klein was, goed verklaarbaar en op zichzelf niet belangrijk genoeg om alarm te slaan. Totdat hij ontdekte dat alles onder zijn neus volledig was veranderd.

Dat is de reden waarom ik de uitspraak van Masaryk misschien nog belangrijker vind dan de passages over fascisme.

“Democracy is a view of life.”

Democratie is niet alleen een grondwet. Het is ook vertrouwen. Het is de bereidheid om met elkaar te praten. Het is accepteren dat je politieke tegenstander geen vijand is. Het is de bereidheid om instituties te respecteren wanneer ze een uitspraak doen die je niet bevalt.

En het is misschien vooral de bereidheid om op tijd te zien dat kleine veranderingen samen een grote verandering kunnen worden. Madeleine Albright wilde met haar boek waarschuwen. Ze was een optimist die zich veel zorgen maakte.

Na haar dood weten we inmiddels meer dan zij toen ze het boek schreef. De vraag is daarom niet alleen of haar waarschuwing terecht was. De vraag is ook of haar optimisme nog terecht is.


Ontdek meer van Ged88 - Gedachten

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Deel hieronder je gedachten:

Scroll naar boven

Ontdek meer van Ged88 - Gedachten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder